“We zijn de laatste jaren op wat jonger hout gaan telen”, verklaart Van Geest. “Dat is positief voor de productie, maar je merkt dat jong hout gevoeliger is voor infecties. En er liggen meer factoren ten grondslag aan de oplopende infectiedruk van vruchtboomkanker. Onder andere de natte herfst- en winterperiodes van de laatste jaren met relatief hoge temperaturen. Ongetwijfeld speelt ook een veranderend middelenpakket een rol.”
Risicomomenten
Bij warm en vochtig weer ligt een infectie van vruchtboomkanker op de loer. Op het moment dat er een vers wondje is, bijvoorbeeld door pluk, bladval of snoei, maar ook door een hagelbui, ontstaat een invalspoort. Komt er een spore op dat wondje, dan kan die snel kiemen en is de infectie een feit. Ook ’s winters worden sporen uitgestoten.
In gevoeligheid zie je verschillen tussen appel en peer, constateert Van Geest. “Bij appel is vooral de pluk een risicovol moment en bij peer de bladvalperiode. Vanwege de ontstane wondjes zijn dat de meest riskante momenten.”
Ook in de snoei worden wonden gemaakt die risico geven. “Voor wat betreft de snoei lijkt peer gevoeliger dan appel. Waarschijnlijk omdat over het algemeen wordt gestart met de snoei van perenbomen. Vroeg in het najaar kunnen de temperaturen en luchtvochtigheid nog hoog zijn. De snoei van appelbomen volgt later in de winter, meestal bij wat kouder en droger weer. Beoordeel daarom bij minder gunstige omstandigheden in hoeverre je nog iets kunt schuiven in je moment van snoeien. Zeker bij gevoelige rassen”, adviseert Van Geest.