Een goed afgeschermd warm nest, bijvoorbeeld met een deksel, helpt de warmte beter vast te houden en geeft de biggen een plek waar ze zich veilig kunnen terugtrekken. Ook achter de zeug is het belangrijk een warme en droge plek te creëren. Denk hierbij aan het gebruik van een werpmat, een warmtelamp of het strooien van wat kalk om vocht te binden.
Zet je vloerverwarming effectief in door 24 uur voor het werpen te beginnen met voorverwarmen.
Vermijd oververhitting: stel de temperatuur in het biggennest op max. 35°C op dag 1, daarna stapsgewijs afbouwen.
Combineer dit met nestafscherming voor een optimaal rendement.
De zeug houdt het liever koeler
De kraamzeug presteert juist het best bij een temperatuur van 18–22°C. Hogere temperaturen verhogen haar ademfrequentie, beperken de voeropname en verhogen het risico op hittestress.
Microklimaat werkt voor zeug én big
Creëer een microklimaat voor de biggen (warm en beschut), terwijl je de zeug een koelere, geventileerde omgeving biedt. Zo optimaliseer je het comfort voor beide.
Gedrag van de dieren beste graadmeter
Observeer de dieren op meerdere tijdstippen per dag, vooral in de ochtend (laagste temperaturen) en bij voertijd (hoogste belasting). Zeker in de zomer ligt het warmste moment van de dag vaak aan het einde van de middag. Controleer je dieren vooral op die momenten.
