Uniforme biggen bij spenen

06 nov. 2025

Uniforme biggen bij spenen vormen de basis van een efficiënte opfok. Grote gewichtsverschillen binnen een toom leiden tot meer uitval, extra arbeid, meer antibioticagebruik en minder efficiënte slachtgroepen. Met gericht management en voeding kun je deze verschillen verkleinen en dat vertaalt zich direct in beter dierenwelzijn én een hoger rendement.

Essentieel voor groei, gezondheid en rendement

Een uniforme groep biggen ligt zo dicht mogelijk bij elkaar in leeftijd en gewicht. Een streefwaarde is om de grootste en kleinste big in een hok niet meer dan twee kilo van elkaar te laten verschillen bij opleggen.

Uitval en arbeidsbesparing

  • Uniforme groepen hebben 1–1,5% lagere uitval in de eerste vier weken na spenen.
  • Minder achterblijvers betekent minder extra zorg en dus een lagere werkdruk.

Slachtresultaten

Bij gelijkmatige groei bereiken vleesvarkens vrijwel gelijktijdig het slachtgewicht:
Dat scheelt gemiddeld 2–3 productiedagen per varken.

Uniformiteit begint al vóór het spenen

Begin meteen na de geboorte

  • Biestopname (> 200 g binnen 12 u) is cruciaal voor immmuniteit en vroege groei.
  • Onderzoek laat zien dat sterfte voor spenen bij niet uniforme tomen na overleggen hoger is dan bij uniforme tomen. Zelfs wanneer je een niet uniforme toom vergelijkt met een uniforme, maar gemiddeld lichte toom.

Kraamstalmanagement

  • Start op tijd met bijvoeren in de kraamstal. Hoe je dit moet doen en praktische tips vind je hier.
  • Leg lichte biggen bij elkaar en bij rustige zeugen. Zorg daarnaast voor een stabiel klimaat: kou kost tot 10–15 g groei/dag. Daarnaast kan een niet optimaal klimaat variatie in groei geven. Waar je qua temperatuur op moet letten lees je hier.

Opleggen bij spenen

  • Het ideale scenario is wanneer bij spenen tomen uniform zijn en opgelegd worden per gewichtscategorie. Probeer in ieder geval te streven naar maximaal twee kg verschil tussen de lichtste en zwaarste big per hok.
  • Zorg voor minimaal één voerplaats per 4–5 biggen om kleine dieren concurrentie te besparen en niet meer dan tien biggen per drinknippel.
  • Je kunt er ook voor kiezen om de lichtste 10–15% van de biggen apart te zetten en ze bij te voeren met een luxer voer.

Dit levert uniformiteit op

De onderstaande tabel geeft wat getallen over wat een uniforme groep biggen gemiddeld op kan leveren ten opzichte van een niet uniforme groep.

Aspect

Niet-uniforme groep

Uniforme groep

Verschil

Voeropname 1e week na spenen

180-200 g/dag

220-240 g/dag

+10-15 %

Gemiddelde groei tot 25 kg

∼330 g/dag

∼360 g/dag

+30 g/dag

Uitval speenfase

3–4 %

2–2,5 %

–1 tot –1,5 %

Antibioticagebruik (aantal)

2,5–3 per 100 biggen

1,8–2,2 per 100 biggen

–20 tot –25 %

Slachtleeftijd

176 dagen

173 dagen

–3 dagen

Restgroepen vleesvarkens

10–15 %

<5 %

–50 %

Kortom, uniformiteit bij spenen is geen detail maar een strategische hefboom: betere voeropname, krachtiger groei, minder antibioticagebruik, meer leverbare biggen en minder inefficiëntie. Investeer in biest- en voeropname voor spenen en streef naar uniform opleggen in de batterij: je dieren én je bedrijf plukken er de vruchten van.

Heb je vragen?

Wil je meer weten over het verbeteren van uniformiteit? Neem dan contact met ons op. Je kunt ons bereiken door te bellen naar 088 488 29 74, door een mail te sturen naar klantenservice@agrifirm.com of door onderstaand contactformulier in te vullen.

  • Voorkomt een hongerperiode na spenen
    Biggen die al gewend zijn aan vast voer, nemen sneller opnieuw voer op
  • Stimuleert darmontwikkeling
    Opname van kleine hoeveelheden voer activeert de groei van darmvilli en enzymproductie.
  • Bevordert gezondheid
    Een goed voorbereide darm verlaagt het risico op diarree en verbetert de vertering.
  • Versterkt technische prestaties
    De voeropname vóór spenen verklaart tot 45% van de groei ná spenen, veel meer dan het speengewicht zelf.

Biggen die al vóór het spenen eetervaring hebben, nemen tot drie keer sneller voer op na spenen. Die voorsprong zorgt ervoor dat ze minder snel in een negatieve energiebalans raken. Hierdoor blijft de darmwand intact, neemt het risico op speendiarree af en verloopt de groei stabieler.

Een geleidelijke opbouw van voeropname in de kraamstal blijkt bovendien de beste remedie tegen de klassieke speenproblemen: honger, overeten en verstoorde darmflora.

Praktische tips

Om het effect van bijvoeren maximaal te benutten, zijn een paar aandachtspunten belangrijk:

  • Begin op tijd
    Vanaf dag 2 à 3 zijn biggen al nieuwsgierig naar voer. Een vroege start verhoogt het aandeel ‘eters’ en zorgt voor meer opname in de dagen voor spenen. De voeropname in de laatste 7 dagen voor spenen zijn heel bepalend. Hier moet je sturen met keuze van voer en zorgen voor maximale voeropname. Een hoge voeropname in deze fase verminderd ook agressiviteit (zoals klingbijten bij de zeug).
  • Voer volgens het principe Vroeg – Vaak – Vers
    Kleine porties, meerdere keren per dag en altijd vers. Laat bakjes ook regelmatig leeg worden: dat stimuleert opname én voorkomt voerbederf.
  • Gebruik een geleidelijke opbouw
    Werk met vaste porties per leeftijdsfase. Pas de hoeveelheid aan op basis van opname: pas als 80% van de tomen het bakje leeg heeft, ga je door naar een grotere portie.
  • Kies voor goed verteerbaar voer
    Gebruik voer dat is afgestemd op het onrijpe spijsverteringsstelsel van de jonge big. Licht verteerbare grondstoffen en hoge smakelijkheid zijn daarbij essentieel. Ga je voor droog of nat voer, welk product zet je in en wat wordt je voerstrategie? Dit is een geheel bedrijfsspecifieke aanpak die onder andere afhangt van je genetica, speenleeftijd en gezondheidsstatus.
  • Zorg voor een aantrekkelijke voerplek
    Hygiëne, temperatuur, geur en structuur van het voer beïnvloeden de opname. Zorg voor schone bakjes, bied het voer aan op een warme, droge plek in het hok en wissel af in structuur (bijv. meel, kruimel of brij).
  • Zien eten, doet eten
    Zet daarom bijvoorkeur het voerbakje van de biggen in de buurt van de kop van de zeug.

Gezonder groeiende biggen

Extra opname van 100 gram in de kraamstal kan tot 150 gram extra speengewicht opleveren en uiteindelijk zelfs tot 1,5 kg extra groei aan het einde van de batterijfase. Maar belangrijker nog: biggen die soepel leren eten, doen het rustiger, uniformer en gezonder in de weken na spenen.

Bijvoeren in de kraamstal is dus geen detail, maar een strategisch moment. Door vroeg te starten, de juiste voerstrategie te kiezen en goed te kijken naar het gedrag van de biggen, leg je de basis voor een vlotte speenovergang en gezonde, groeiende dieren.

Wil je meer weten?

Wil je meer weten over bijvoeren in de kraamstal? Neem dan contact met ons op. Je kunt ons bereiken door te bellen naar 088 488 29 74, door een mail te sturen naar klantenservice@agrifirm.com of door onderstaand contactformulier in te vullen.

Neem contact met mij op

Een fout is opgetreden tijdens het ophalen van captcha-afbeelding

Ook interessant voor jou

Het beste voor biggen

Gezonde, sterke biggen groeien vlot en blijven vitaal. Lees hier onze kennisartikelen waarin specialisten praktische inzichten delen over voeding, management en welzijn in de kraamstal.

Vloerverwarming in de kraam- en biggenstal

Het voordeel van vloerverwarming is dat je de temperatuur goed kan inregelen. Maar wat is de juiste temperatuur?

7 jul. 2025

Vrijloopkraamhokken voor zeugen: voordelen, nadelen & praktische tips

Vrijloopkraamhokken bieden meer dierwelzijn, maar vragen ook investeringen. Lees hier alles over voordelen, nadelen, regelgeving en praktische oplossingen.