Het kan beter
Al jaren investeren boeren en telers dagelijks in verduurzaming, binnen de grenzen die de wetgever stelt. Daarmee dragen zij actief bij aan behoud van een gezonde, natuurlijke omgeving. Op hun bedrijven zorgen zij voor lagere emissies, efficiënter nutriëntengebruik, betere bodemkwaliteit, schoner water en een lagere klimaatimpact. De kennis is er, de bereidheid ook. Zes voorbeelden waar het volgens ons beter kan.
1. Vrij baan voor mestvergisting
Mestvergisting verdient een prominente plaats in het stikstof- en klimaatbeleid. Dagontmesting en mestvergisting zorgen voor een lagere ammoniakuitstoot, minder methaanemissies en een beter verdienmodel voor boeren. Maar mestvergistingsprojecten lopen nu regelmatig vast in vergunningstrajecten, beleidsmatige onzekerheid en regionale discussies. Daarmee ontstaat een opvallende, ongewenste tegenstelling: terwijl voortdurend wordt gezocht naar kosteneffectieve maatregelen die bijdragen aan meerdere maatschappelijke doelen, komen mestvergistingsprojecten moeizaam van de grond door blokkades in de uitvoering.
Ons voorstel
- Maak vergunningverlening voor mestvergisting eenvoudiger.
- Geef ruimte aan individuele én collectieve vergistingsinstallaties.
- Bevorder samenwerking tussen groepen boeren.
- Stimuleer koppelingen met RENURE en andere circulaire toepassingen.
2. Stimuleer ook andere bestaande oplossingen op grote schaal
Veel emissiereducerende maatregelen zijn al beschikbaar. Denk aan emissiearm voeren, mestaanzuren, meer weidegang waar dat mogelijk is en meststrippen in combinatie met vergisting. Deze bekende oplossingen dragen direct bij aan lagere ammoniakemissies. Toch worden bedrijven in de uitvoering geconfronteerd met lange procedures, wisselende beleidskaders en onzekerheid over toekomstige vergunningen. Dat kan beter.
Ons voorstel
- Stimuleer vergunningarme en vergunningvrije innovaties.
- Maak subsidiebeleid integraal en langjarig voorspelbaar.
- Geef ondernemers zekerheid voor ten minste tien jaar.
- Laat bewezen innovaties direct meetellen in de reductieopgave.
3. Stel een doel voor reductie van stal- én veldemissies
Een belangrijk deel van de ammoniakemissie ontstaat niet in de stal, maar op het land. Te vaak richt beleid zich nog op uniforme (stal)voorschriften rond mestgebruik en mestaanwending. Daarmee blijft een belangrijk deel van het reductiepotentieel onbenut. Want een ondernemer op zandgrond maakt andere keuzes dan een ondernemer op klei. En wat op het ene bedrijf effectief is, hoeft dat elders niet te zijn. In de praktijk blijkt dat naast maatregelen als mestaanzuring, mestvergisting en meststrippen ook slimme beweidingsstrategieën emissies verlagen.
Ons voorstel
- Stel doelen voor veldemissies.
- Beloon gerealiseerde emissiereductie.
- Geef ondernemers ruimte om zelf de meest effectieve combinatie te kiezen.
- Gebruik praktijkkennis en meetbare resultaten als uitgangspunt.
4. Doelen stellen, niet bedrijfsmodellen voorschrijven
De plannen voor extensivering, grondgebondenheid en GVE-normen raakt aan een fundamen-tele vraag: moet het beleid zich richten op resultaten of op bedrijfsvormen? De Nederlandse landbouw kent een enorme diversiteit. Bedrijven verschillen in grondsoort, verkaveling,
omvang, ligging en ontwikkelrichting. Bij het ontwikkelen van beleid worden vaak generieke normen opgesteld die van één model uitgaan. Veel ondernemers willen verduurzamen, maar zien dat innovatieve oplossingen onvoldoende ruimte krijgen als vooraf wordt vastgelegd hoe hun bedrijf eruit moet zien. Een boer die via emissiearm voeren, mestvergisting of mestaanzuring grote reducties realiseert, draagt net zo goed bij aan de doelen als een boer die kiest voor extensivering. Het resultaat moet leidend zijn.
Ons voorstel
- Formuleer heldere emissiedoelen per gebied.
- Laat ondernemers zelf bepalen hoe zij die doelen bereiken.
- Kies uitsluitend maatregelen waarvan aantoonbaar is dat ze bijdragen aan natuur- of waterdoelen.
- Versnel vergunningverlening door snel duidelijkheid te geven over de ruimte die de ondernemer krijgt door zijn reductiemaatregelen.
5. Samen werken aan reductie: we doen het al
Terwijl veel discussies over stikstof vastlopen in regels en procedures, is in het dossier gewasbescherming gekozen voor een andere aanpak. In juli ondertekenden overheid, ketenpartijen, telers en maatschappelijke organisaties een hoofdlijnenconvenant voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Centraal in de overeenkomst staan lange termijndoelen, innovatie, kennisontwikkeling, nationale regie en een economisch houdbare sector. Ook is afgesproken om de uitwerking gezamenlijk vorm te geven en daarmee een regionale lappendeken aan regels te voorkomen. De kerngedachte is: spreek af welk resultaat nodig is en ontwikkel vervolgens samen de meest effectieve manier om daar te komen. Los van het wel of niet slagen van dit convenant is het een benadering die ook voor stikstof, waterkwaliteit en klimaat kansen biedt. Want ondernemers investeren gemakkelijker wanneer doelen helder zijn, het beleid stabiel is en innovaties daadwerkelijk worden ondersteund.
Ons voorstel
- Werk met heldere lange termijn doelen.
- Investeer in innovatie en kennisontwikkeling.
- Voorkom een provinciale lappendeken aan regels.
- Ontwikkel beleid samen met ondernemers en ketenpartijen.
- Zorg dat verduurzaming hand in hand gaat met een gezond verdienmodel.
6. Rechtszekerheid als basis voor boeren en telers
Boeren en telers kunnen alleen investeren in verduurzaming als zij kunnen vertrouwen op stabiel beleid en betrouwbare wet- en regelgeving. De afgelopen jaren zijn vergunningen, beleidskaders en juridische uitspraken regelmatig veranderd. Dat zorgt voor onzekerheid en remt investeringen in innovatie en verduurzaming. Rechtszekerheid is daarom geen sluitstuk van beleid, maar een randvoorwaarde voor vooruitgang.
Ons voorstel
- Respecteer verleende vergunningen en gemaakte afspraken.
- Zorg voor stabiele en juridisch houdbare wet- en regelgeving.
- Bied ondernemers minimaal tien jaar investerings- en ontwikkelperspectief.
- Voorkom verschillen in uitvoering tussen provincies en werk met landelijke kaders.