Neem de tijd voor zorgvuldige beantwoording
Binnen de door de toezichthouder gestelde termijn ben je verplicht vragen te beantwoorden en gevraagde administratie te overhandigen.
Beantwoord alleen de vragen die worden gesteld en geef geen extra informatie. Wanneer je niet zeker bent van een antwoord, kun je dat aangeven en zeggen dat je eerst moet overleggen. Want je hebt dan wel geen zwijgrecht, je bent ook niet verplicht de vragen onmiddellijk te beantwoorden.
Vraag de toezichthouder of hij je de vragen schriftelijk wil stellen, zodat je even na kunt denken over je antwoorden. De toezichthouder hoeft niet aan dit verzoek te voldoen, maar het is verstandig om dit wel te vragen.
Van toezicht naar opsporing – gebruik je zwijgrecht
Op het moment dat de toezichthouder zegt dat je ‘niet tot antwoorden verplicht bent’, ben je verdachte van een strafbaar feit. Er is dan sprake van een verhoor. De toezichthouder gaat dan van de toezichthoudende taak over naar opsporingsambtenaar. Dit is bijvoorbeeld het geval bij controle op fosfaatrechten.
Wat je in zo’n situatie zegt kan gebruikt worden in een zaak tegen jou. Het is dan ook verstandig niets meer te zeggen en gebruik te maken van je zwijgrecht.