Wat is er veranderd?
Ten opzichte van eerdere jaren zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd in vier verschillende onderdelen, die we hieronder benoemen.
Bedrijfsvorm, bedrijfsleiding en veiligheidsplan
-
Er wordt gevraagd of er een veiligheidsplan op het bedrijf aanwezig is. Een veiligheidsplan is verplicht zodra er sprake is van werknemers of personen die werkzaamheden uitvoeren onder verantwoordelijkheid van het bedrijf. Daarbij tellen onder andere mee:
-
vaste werknemers
-
tijdelijke krachten
-
stagiairs
-
uitzendkrachten
-
vrijwilligers
-
meewerkende gezinsleden
-
bedrijfsverzorging
-
(zaterdag)hulp
-
- Advies: zorg altijd voor een veiligheidsplan, ook als het niet verplicht is. Bij een bedrijfsongeval en controle van de arbeidsinspectie sta je sterker met een veiligheidsplan.
- Er worden vragen gesteld over de dagelijkse leiding. Hierin gaat het over wie de dagelijkse leiding heeft, of het bedrijfshoofd nog ander betaald werk heeft en of de dagelijkse leiding ook een agrarische opleiding heeft gevolgd.
- Er moet worden aangegeven of het bedrijf ook verbrede landbouwactiviteiten uitvoert, wie deze activiteiten uitvoert en hoeveel procent van de totale bruto-opbrengst afkomstig is van deze verbrede landbouwactiviteiten (inclusief subsidies).
Dieren
- Paarden, pony’s en/of ezels die geregistreerd staan in het I&R-systeem worden automatisch getoond. Wanneer er geen dieren worden getoond is het van belang de registratie na te lopen.
Grond
- Er wordt gevraagd naar aantal hectare andere grond. Dit gaat om grond die wel geschikt is voor landbouw, maar niet zo in gebruik is (bijvoorbeeld een camping, volkstuin, sportveld, grond met zonnepanelen etc.) en grond die niet geschikt is voor de landbouw (bijvoorbeeld erf, gebouwen, gesteente, onvruchtbare grond etc.).
- Het is mogelijk om één of meer percelen aan te melden voor fosfaatdifferentiatie. Als dat niet van toepassing is, hoeft dat niet meer bij elk perceel aangegeven te worden.
- Als er in 2026 een beregeningsinstallatie aanwezig is die eigendom is moet dat aangegeven worden. Daarbij wordt ook nog de vraag gesteld hoeveel hectare deze installatie kan beregenen.
Kadastrale grens en topografische grens
De topografische grens in de kaartlagen bij Mijn Percelen geeft de feitelijke grens van het gewas, volgens RVO weer. De kadastrale grens is juridisch de perceelgrens. In sommige situaties ligt de kadastrale grens zoals weergegeven in de kaartlaag binnen de topografische grens. Dit kan betekenen dat het gewas volgens de kaart buiten het kadastrale perceel wordt geteeld, dat kan bijvoorbeeld gemeente- of provinciegrond betreffen.
De kadastrale kaartlaag binnen het systeem van de RVO kent echter een foutmarge van ongeveer 80 cm aan beide zijden van de grens. Hierdoor kan de weergegeven kadastrale grens op de kaart afwijken van de werkelijke ligging.
Wanneer blijkt dat de weergegeven kadastrale lijn niet overeenkomt met de werkelijke kadasterlijn zoals weergegeven in de koopakte, kan overwogen worden om op basis van de werkelijk kadasterlijn in te tekenen. Aandachtspunt hierbij is wel dat RVO bewijslast kan opvragen van het ingetekende areaal buiten de (voorgestelde) kadastrale grens, waarop aangetoond moet kunnen worden dat de kadasterlijn op de voorgestelde kaartlaag niet correct is. Dit geldt ook voor ingetekend areaal, op basis van bijvoorbeeld de topografische grens, wat buiten de kadastrale grens ingetekend is. Ook hier kan RVO om extra bewijslast vragen waarmee aangetoond kan worden dat het areaal buiten de kadastrale grens rechtsgeldig ingetekend is.