Lichaamsconditie en gewichtsmanagement voor zeugen

01 sep. 2026

De moderne TN70-zeugen zijn vrij vruchtbaar en produceren grote tomen. Tegelijkertijd beschikken ze over minder lichaamsreserves dan varkens in het verleden hadden. Actief sturen op conditie in plaats van alleen gewicht of voerstand wordt daardoor steeds belangrijker.

Lichaamsconditie van zeugen tijdens de dracht

Tijdens de dracht verandert de behoefte van het lichaam van de zeug voortdurend. De dracht kunnen we verdelen in drie fases:

Vroege dracht (dag 0-35): herstel en voorbereiding

In de eerste fase zijn de embryo's nog klein en is de behoefte van de ongeboren biggen beperkt.  In deze periode moet de zeug herstellen van de vorige lactatie. Heeft de zeug veel conditie verloren? Dan moet ze in deze fase reserves opbouwen. Daardoor zijn de volgende doelen belangrijk:

  • conditieverlies uit lactatie herstellen; 
  • een stabiele dracht ondersteunen; 
  • de basis leggen voor de rest van de cyclus. 

Een zeug die veel conditie heeft verloren tijdens het zogen, moet in deze fase de kans krijgen om weer reserves op te bouwen.

Middendracht (dag 35-70): bouwen aan reserves

In deze ontwikkelt de placenta zich, terwijl de groei van de biggen beperkt blijft. Hierdoor bouwt de zeug efficiënt haar lichaamsreserves op. Deze zijn later nodig voor de einddracht en lactatie. In deze fase kun je als varkenshouder ervoor zorgen dat je zeug aan het einde van de dracht energie overhoudt. De middendracht kent de volgende doelen:

  • spier- en vetreserves opbouwen; 
  • conditieverschillen tussen zeugen corrigeren; 
  • een uniforme koppelconditie creëren.

Einddracht (dag 70-155): de energiebehoefte stijgt

In deze fase groeit de big het meest en ontwikkelt de uier zich sterk. De voedingsstoffen gaan nu naar de ongeboren biggen en de voorbereiding op de melkproductie. Heeft de zeug onvoldoende reserves opgebouwd? Dan komt ze in deze fase sneller tekort. Dit zorgt voor de volgende doelen:

  • conditie vasthouden;
  • voldoende reserves behouden voor werpen en lactatie;

voorkomen dat zeugen te schraal richting kraamstal gaan.

Verschillen in gewenste lichaamsgroei tussen zeugen

Er zijn verschillen in gewenste lichaamsgroei tussen zeugen. Zo moet een eerste worp zeug naast het produceren van een toom, zelf ook nog groeien. Dit vraagt om een andere lichaamsgroei en -conditie. Bij een vierde worp zeug, die al bijna volgroeid is, ligt de nadruk meer op het behouden van een juiste conditie.

Spekdikte vertelt meer dan gewicht

Twee zeugen kunnen hetzelfde wegen, maar een verschillende conditie hebben. Daarom is spekdikte vaak waardevoller dan lichaamsgewicht. Streef bij opleg in de kraamstal naar 14 tot 16 mm voor voldoende reserves zonder vervetting. Dit geeft voldoende reserves voor werpen en lactatie.

Een zeug met te weinig spek: 

  • heeft minder energiereserves; 
  • loopt meer risico op conditieverlies; 
  • kan meer moeite hebben om een hoge melkproductie vol te houden. 

Een zeug met teveel spek: 

  • eet vaak slechter in lactatie; 
  • verliest meer conditie na werpen; 
  • geeft vaker managementuitdagingen. 

Wanneer controleer je de conditie van zeugen?

  1. Bij spenen: zeugen die hier al te schraal zijn, lopen de rest van de cyclus achter de feiten aan.
  2. Rond dag 30 van de dracht: controleer of de zeug voldoende is hersteld. Dit is het eerste moment waarop extra aandacht nodig kan zijn.
  3. Rond dag 70 van de dracht: een belangrijk controlemoment. Conditieverschillen worden zichtbaar en er is nog tijd om bij te sturen.
  4. Voor verplaatsen naar de kraamstal: het laatste meetmoment. Bij te weinig reserves zijn grote correcties niet meer mogelijk, dus extra aandacht tijdens werpen en lactatie is belangrijk.

Hoe controleer je de conditie van zeugen?

Een zeug in goede conditie heeft goed gevulde lendenen, zonder scherpe heupen of ruggenwervels. Te schrale en te vette zeugen zijn meestal eenvoudig te herkennen. Succesvol gewichtsmanagement begint bij consequent management: regelmatig controleren en tijdig bijsturen.

Jonge zeugen moeten tijdens de dracht nog groeien, terwijl oudere zeugen vooral hun conditie moeten behouden. Sturen op conditie in plaats van kilo's legt de basis voor een goede worp, een vlotte lactatie en een lange levensproductie

Meer weten?

Ben je zeugenhouder en wil je met één van onze specialisten sparren over het optimaliseren van gewichtsmanagement op jouw bedrijf? Neem dan contact met ons op. Je kunt ons bereiken door te bellen naar 088 488 29 74 of door een mail te sturen naar klantenservice@agrifirm.com

Ook interessant voor jou

20 sep. 2026

Zeugen

Het beste voor biggen begint bij sterke zeugen. Ontdek hoe voeding, management en begeleiding bijdragen aan sterke zeugen en vitale biggen.

Crunch voor zeugen

Crunch voor zeugen bevat dé structuur voor rust in de cyclus. Dit innovatieve voer voor zeugen zorgt voor meer verzadiging, betere met en een soepele transitie.

22 jun. 2026

Geltenopfok

Een goede geltenopfok vormt de basis voor een sterke zeugencyclus. Lees welk effect selectie, voeders en huisvesting op de vruchtbaarheid en productie hebben.

22 jun. 2026

Wateropname bij zeugen: richtlijnen voor drinkwater

Een goede wateropname bij zeugen is cruciaal voor gezondheid, biestproductie en prestaties. Ontdek richtlijnen, tips en aandachtspunten voor drinkwater.

22 jul. 2026

Flushen van zeugen

Flushen is een eenvoudige, maar effectieve maatregel voor meer biggen, uniformere tomen en betere drachtresultaten. Succes staat of valt met de combinatie van voer en management.