Vlinderbloemige groenbemesters komen bij een late zaai vanaf half september niet zo goed meer tot hun recht. Bij een late zaai kan worden kan beter voor een groenbemester gekozen worden met een snelle beginontwikkeling, zoals gele mosterd, of Japanse haver. Zaadvorming is meestal geen probleem meer en beide groenbemesters zijn goed vorstgevoelig. Bij een echt late zaai blijven alleen rogge en rietzwenkgras over, deze zijn beide winterhard.
Rogge
Mocht er pas later gezaaid kunnen worden dan half oktober, dan kan je beter voor rogge kiezen.
Als groenbemester gezaaid is rogge vrijwel de enige optie om in deze periode nog een gewas te ontwikkelen. Rogge blijft ook onder koude omstandigheden groeien. Niet alle rogge is daarvoor geschikt. Er zijn rogge-types die het opbrengstpotentieel vooral halen uit de bladmassa, terwijl de graantypes het vooral van de korrelopbrengst moeten hebben. De raskeuze is dan ook bepalend voor het behalen van een hoge voederwaarde-opbrengst vroeg in het voorjaar.
Agrifirm heeft groenbemesters en vanggewassen in het pakket, waarin bladrogge een belangrijk aandeel in het mengsel heeft (N-Saver, Grasrogge). Uit Duits onderzoek blijkt dat de door ons gebruikte bladrogge een zeer snelle voorjaarsontwikkeling heeft.
Meer weten over groenbemesters en andere slimme oplossingen?
Bel met een van onze adviseurs op T 088 488 12 10. Zij denken graag met je mee hoe we
met slimme oplossingen de beste resultaten behalen.