1. Hou je koeien actief met goede voeding
Bij robotmelken moet je koeien actief houden. Dat kan alleen door de voeding aan te passen op het robotmelken. Een aanschuifsysteem is hierbij van grote meerwaarde. Je dieren vreten 9 tot 14 keer per dag. Stimuleer ze met een aanschuifysteem om op te staan, te eten én te melken. Heb je geen aanschuifsysteem? Voer dan ’s avonds, zodat er ’s nachts voldoende voer ligt en je overdag het voer een paar keer kunt aanschuiven. Voorkom selectie bij het voerhek. Bij te veel selectie eten niet alle koeien hetzelfde rantsoen. Een aantal koeien gaan met pijn in hun pens liggen en komen de eerste uren niet meer overeind.
2. Verander de instellingen van je melktoelating
De instellingen van de melktoelating zijn bepalend voor hoeveel melk jij uit je robot kunt halen. Hoe vaak wil je een koe laten melken?
Bijvoorbeeld; Een koe geeft 28 kg melk. Je kunt er voor kiezen om de melk pas bij 11 kg uit de uier te laten melken in plaats van bij 9 kg. Hierdoor zakt het aantal melkingen bij deze koe van 3,1 naar 2,5. Is dat erg? Volgens ons niet. Als je bij een koppel van 60 koeien 0,6 melkingen minder hebt, dan levert je dit bij een behandeltijd van 2 minuten, in totaal 72 minuten tijdswinst per dag op. In die tijd kan je 3 tot 4 koeien extra melken met de melkrobot.
3. Verhoog de melksnelheid van je koeien
Voor een hogere melksnelheid is het belangrijk dat de uiers schoon zijn en dat je deze op tijd onthaart. Daarnaast zorgt het schoonhouden van de laser of camera voor een snellere aansluittijd en dus voor een hogere melkgift per minuut in de robot. In overleg met je robotleverancier kan het aanpassen van vacuüm, de pulsatie of het type tepelvoeringen ook tot een hogere melksnelheid leiden. Op lange termijn kan je winst halen door te fokken met koeien en stieren met een hogere melksnelheid.
4. Beperk mislukte melkingen
Een mislukte melking kost gemiddeld genomen zes minuten. Voorkom je een mislukte melking dan levert dit veel extra capaciteit op. Dit kan je realiseren door:
- Koeien waarvan de spenen dicht bij elkaar staan in een aparte groep te zetten die minder vaak gemolken worden. Als het uier meer melk bevat, lukt het aansluiten van de melkbeters beter.
- Koeien waarvan de spenen erg naar voren staan kan je wat vaker laten melken. Hierdoor is de uier minder vol en staat er ook minder spanning op de spenen.
- Controleer koeien, waarvan de melkstroom van een bepaald kwartier niet op gang komt, op mastitis.
5. Doe een capaciteitscheck met de specialist robotmanagement
Neem contact op met de Agrifirm specialist robotmanagement in jou regio. Hij/zij kan aan de hand van een speciaal door Agrifirm ontwikkelde checklist alle specifieke punten langslopen die van invloed zijn op de capaciteit van joouw melkrobot. Op basis van deze analyse kunnen jullie samen een plan van aanpak opstellen.
Meer weten?
We helpen je graag! Neem gerust contact op met jouw Agrifirm-adviseur of bel onze Klantenservice.