Borging van de kuil
Naast een goede analyse is ook een correcte registratie van de kuil van belang. Voor iedere kuil moet een kuilkaart aanwezig zijn die is ondertekend door zowel de veehouder als de monsternemer.
Is een nieuwe oogst bovenop een bestaande kuil opgeslagen? Vermeld dan op de kuilkaart de afmetingen van het oude gedeelte (lengte, breedte en hoogte). Zo voorkom je dat voerhoeveelheden dubbel worden meegeteld.
Daarnaast geldt dat bemonstering altijd moet plaatsvinden vóór het openen van de kuil. Bemonstering moet altijd plaatsvinden vóór opening van de kuil. Wanneer een kuil al is aangebroken, vermeldt de monsternemer dit in het verslag. Moet er vanwege bijvoorbeeld conserveringsproblemen eerder worden gevoerd, dan moet de kuil in ieder geval vooraf zijn opgemeten. Om ervoor te zorgen dat de kuil voldoende geconserveerd is bij bemonstering, geldt voor maiskuil een wachttijd van minimaal 14 dagen, terwijl dit bij graskuil minimaal 28 dagen na inkuilen is. Bij kleine kuilen (minder dan 50 m³), geoogst na 1 september, mogen twee kuilen samen als één partij worden bemonsterd.