Stoppen of veranderen: het is van alle tijden. Maar de vraag rondom het toekomstperspectief van je bedrijf is nu wel urgenter geworden. Strengere milieu-eisen, druk op dieraantallen en middelengebruik, veranderende voedselketens, vergrijzing, aangescherpte wet- en regelgeving: soms lijkt het wel alsof het allemaal als een lawine op je af komt als agrarisch ondernemer.
“Er is een gevecht om de ruimte gaande in Nederland”, zegt Sieto van Houten, al jaren ondernemerscoach bij Exlan Advies. “Ruimte die boeren hebben, dus dat kan kansen bieden”, vult hij aan. Dat laat onverlet dat die druk op de ruimte en alles wat daarbij komt kijken lastig is voor ondernemers. “Wat wij willen is de drempel verlagen voor boeren om het over de toekomst van hun bedrijf te hebben”, aldus Arwen Nelissen, sinds een aantal maanden als ondernemerscoach verbonden aan Exlan Advies. Daarvoor werkte ze 14 jaar bij lokale Rabobanken, waarbij ze de laatste jaren veel heeft gewerkt met agrarische ondernemers die hun bedrijf beëindigen.
Stoppen is geen falen, maar een keuze
Beide ondernemerscoaches merken dat praten over de toekomst van het bedrijf nog steeds niet iets vanzelfsprekends is. Al is de drempel lager dan vroeger, deze is er nog wel. Nelissen: “Ik kan mij voorstellen dat het als erfbetreder daarom ook best gevoelig is om hierover te beginnen. Maar als je het vanuit oprechte interesse doet en er echt de tijd voor neemt, waardeert de ondernemer dat altijd.” Het gesprek aangaan gebeurt op verschillende manieren. Van Houten: “Het kan zijn dat iemand aanklopt voor de aankoop van fosfaat. Als in de loop van het gesprek blijkt dat er geen opvolger is, dan kantelt het gesprek naar de vraag: maar wat wil je eigenlijk met je bedrijf? Waar wil je staan over een aantal jaar?”
Wat wil je zelf?
Beide ondernemerscoaches onderkennen het belang van die eerste vraag aan de ondernemer: wat wil je zelf? “Vertrekpunt is altijd de wens, het doel, de droom van de ondernemer”, stelt Nelissen. Waarbij ze benadrukt dat het belangrijk is daar echt de tijd voor te nemen, en het gezin, de familie daarbij te betrekken. Voordat er verdere stappen gezet worden, móet er een eenduidig toekomstbeeld op tafel liggen, is ook de overtuiging van Van Houten. Hij vertelt dat dit kan betekenen dat er, als er bijvoorbeeld twee broers in het spel zijn, twee visies en twee plannen ontstaan en de wegen van beide broers bedrijfsmatig scheiden.
Het vaststellen en -leggen van één visie vraagt veel en is soms confronterend. “Maar je komt er altijd uit”, is de ervaring van Nelissen. Waarbij ze vaak de vraag op tafel legt: Moet je door of mag je door? “Vaak is het antwoord: je mag door. Dan is er dus een vrije keuze, dat geeft lucht en ruimte om te kijken naar de échte onderliggende wensen en dromen.” Waar ze aan toevoegt dat als er sprake is van een contract of financiële verplichtingen, er (nog) geen keuze is.
Tekst gaat verder onder de afbeelding