"Het is dus niet alleen een nieuwe naam," legt Jan uit. "We willen een belofte doen aan de sector. Dat we willen bijdragen aan sterke, toekomstbestendige biologische bedrijven. En dat gaat verder dan alleen producten leveren."
Van intern team naar zichtbare positie
Waar Agrifirm eerder opereerde in de biologische sector onder de noemer BioTeam, kiest het nu bewust voor een bredere positionering. "Met BioSterk zoeken we meer aansluiting bij de fase waarin de sector zit," zegt Jan. "De tijd van 'biologisch apart zetten' is voorbij. Nu gaat het erom hoe we die sector verder versterken."
Volgens hem zit de kracht juist in het combineren van praktijkkennis, data en teelt- en voeroplossingen. "We halen onze kennis uit zowel de gangbare als biologische sector en vertalen die naar data, advies en producten. Uiteindelijk draait het niet om hoeveel je verkoopt, maar om het rendement op het boerenerf. Dáár zit voor ons de kern."
Niet meer middelen, maar beter inzetten
Die benadering hangt nauw samen met hoe Agrifirm naar zijn eigen rol kijkt. De toegevoegde waarde van BioSterk zit volgens Jan vooral in het slimmer inzetten van middelen en kennis.
Hij noemt de aanpak in de biologische aardappelteelt als voorbeeld. "We weten dat we in de biologische sector niet kunnen terugvallen op chemische middelen. Dus moet je het hebben van plantvitaliteit en timing. Als je een gewas vijf tot tien dagen langer vitaal houdt, kan dat al serieus in opbrengst schelen. Het gaat dus niet om 'meer is altijd beter', maar om de optimale inzet. Daar zit het verschil."
Die benadering beperkt zich volgens hem niet tot de teelt. Ook in de veehouderij verschuift de focus. "We kijken met data waar een bedrijf onder de benchmark zit. Dat kan voer zijn, maar net zo goed bodembeheer of jongvee-opfok. Het gesprek gaat veel meer over het totale systeem."

De stand van Agrifirm op de Biobeurs.
Doel is niet maximale verkoop
Volgens Jan ligt de focus nadrukkelijk niet op maximale verkoop. "Ons uitgangspunt is het rendement van de ondernemer," zegt hij. "Dat betekent soms dat we een advies geven dat voor ons minder oplevert."
Hij illustreert dat met een concreet voorbeeld: "Ik kan adviseren om vaker een middel toe te passen. Dat levert ons meer omzet op. Maar als het voor de boer niet nodig is, doen we dat niet. Dan kiezen we voor de oplossing die het saldo van het bedrijf verbetert."
"Dat past bij het coöperatieve karakter van Agrifirm," voegt hij toe. "Op de lange termijn hebben wij er ook meer aan als een bedrijf gezond blijft, dan wanneer we op korte termijn maximaliseren."
De vraag als bottleneck
Hoewel er veel aandacht is voor productie, ziet Jan vooral de vraagkant als grootste knelpunt. "Ik ben ervan overtuigd dat de biologische sector doorgroeit," zegt hij. "Maar niet in het tempo dat ooit werd gedacht. Die 15 procent in 2030? Dat lijkt me op dit moment niet realistisch."
"De onzekerheid zit bij de afzet," legt hij uit. "Boeren willen best omschakelen, maar vragen zich af: wat als de vraag wegvalt? Dan zit je in een kleinere, kwetsbare markt." Volgens hem ligt daar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. "We moeten als sector, maar ook met retail en consumenten, stappen zetten. Niet alleen praten over duurzaamheid, maar het ook kopen."
Begin klein, maar begin wel
Die afhankelijkheid van de markt werkt door tot op bedrijfsniveau. Jan pleit voor een pragmatische benadering. "Je hoeft niet meteen alles biologisch te kopen," zegt hij. "Begin met producten waar de prijsverschillen kleiner zijn. Groenten, eieren, melk."