Verzuring tijdens het werpen
Hoe meer biggen een zeug werpt, hoe langer de uitdrijvingsfase duurt. Per extra big kan dit oplopen tot gemiddeld 27 minuten. Hoe langer deze fase duurt, hoe groter de energiebehoefte van de zeug.
Werpen is topsport voor de zeug. De vraag is dan ook: hoe ondersteunen we deze topsportster zo goed mogelijk? Uit onderzoek blijkt dat het juiste voer en een doordachte voerstrategie daarin een sleutelrol spelen. Een zeug die tijdens het werpen over voldoende energie beschikt, brengt vitalere biggen ter wereld.
Hoe meer biggen een zeug werpt, hoe langer de uitdrijvingsfase duurt. Per extra big kan dit oplopen tot gemiddeld 27 minuten. Hoe langer deze fase duurt, hoe groter de energiebehoefte van de zeug.
Hoe meer biggen een zeug werpt, hoe langer de uitdrijvingsfase duurt. Per extra big kan dit oplopen tot gemiddeld 27 minuten. Hoe langer deze fase duurt, hoe groter de energiebehoefte van de zeug.
Tijdens het werpen treedt bovendien verzuring op, vergelijkbaar met wat sporters ervaren bij zware inspanning. Om deze verzuring te beperken, is glucose de belangrijkste energiebron. Hoe hoger de glucosewaarden in het bloed van de zeug op het moment dat de eerste big wordt geboren, hoe vlotter het verdere werpproces verloopt. Dit onderstreept het belang van een goede voeding, zeker bij hoogproductieve zeugen.
Wanneer we het over het werpproces hebben, ligt de focus vaak op de fase waarin de biggen worden uitgedreven. Toch begint het proces al eerder. In de aanloop naar het werpen heeft de zeug namelijk al extra energie en voedingsstoffen nodig voor het nestbouwgedrag en de eerste weeën die zorgen voor de ontsluiting van de baarmoedermond. Pas daarna volgt het daadwerkelijke uitdrijven van de biggen.
Om te zorgen dat de zeug voldoende glucose in haar bloed heeft tijdens het werpen, is het advies om rondom het werpen het aantal maaltijden te verhogen naar drie per dag. Het is daarbij belangrijk om te kijken naar het moment waarop de meeste zeugen op het bedrijf werpen en de voerbeurten hier zo goed mogelijk op af te stemmen. Wanneer zeugen voornamelijk ’s nachts werpen, is het verstandig om het voer in de avonduren te verstrekken.
De klassieke methode om de voergift van de zeug op de dag van werpen te beperken, is inmiddels achterhaald. De optimale hoeveelheid voer op de dag van werpen blijft maatwerk en is afhankelijk van zowel de voersoort als het productieniveau van de zeugen.
Naast goede voeding heeft ook het comfort van de zeug een positief effect op het werpproces. Stress remt namelijk de productie van het hormoon oxytocine, waardoor de weeën worden afgeremd.
Het is daarom belangrijk om stress zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan onder andere door een rustige omgang met de dieren, een prikkelarme omgeving, het tijdig verplaatsen naar de kraamstal en het verstrekken van nestmateriaal, zoals een juten zak. Waar mogelijk kan er ook voor gekozen worden om de zeug los te laten werpen.
In de baarmoeder ontvangen biggen via de placenta en navelstreng bloed en daarmee zuurstof. Wanneer de navelstreng tijdens het geboorteproces voortijdig afknelt of breekt door krachtige en/of veelvuldige weeën, krijgt de big te weinig zuurstof. Dit kan leiden tot doodgeboorte of de geboorte van minder vitale biggen met een verhoogd risico op sterfte.
Hoe langer het werpproces duurt, hoe groter dit risico wordt. Later geboren biggen binnen een toom lopen daardoor van nature meer risico op doodgeboorte of een verminderde vitaliteit.
De vitaliteit van pasgeboren biggen is te beoordelen door observatie. Daarnaast kan ook bloedonderzoek uit de navelstreng direct na de geboorte inzicht geven in de vitaliteit. Levend geboren biggen met een laag zuurstofgehalte in het navelstrengbloed zijn minder vitaal en hebben een hoger risico om vóór het spenen te sterven.
Deze biggen hebben meer moeite om snel op te staan en richting de uier of warmtelamp te gaan om onderkoeling en loomheid te voorkomen. Dat is juist cruciaal, omdat biggen nat worden geboren in een relatief koude omgeving en over weinig vetreserves beschikken. Een vitale big is in staat om snel een plek aan de uier te bemachtigen en voldoende biest op te nemen. De vitaliteit bij geboorte is daarmee van levensbelang.
Door het werpproces echt als topsport te benaderen en de zeug actief te ondersteunen met de juiste voeding, strategie en omstandigheden, kunnen we het verschil maken. Niet alleen voor de zeug zelf, maar juist ook voor de vitaliteit en overleving van de biggen.
Ben je zeugenhouder en wil je met één van onze specialisten sparren over het optimaliseren van het werpproces op jouw bedrijf? Neem dan contact met ons op. Je kunt ons bereiken door te bellen naar 088 488 29 74, door een mail te sturen naar klantenservice@agrifirm.com of door onderstaand contactformulier in te vullen.