Bioplant-voorzitter Henk Klompe uit Biddinghuizen benadrukte in Dronten het belang van het hutspotproject. „De grote gewassen zijn de financiële pijler onder je bedrijf. Met een compleet concept sta je sterker bij de supermarkten.”
Afgelopen juni riep BioNederland het hutspotproject uit tot ‘beste bio-groei initiatief van 2025’. ‘Dankzij ketenafspraken verkopen Lidl en Plus al meer biohutspotgroentes. Ras- en teeltonderzoek dragen bij aan jaarronde aanvoer van hoge kwaliteit’, aldus de jury. Afgelopen seizoen lagen er wortel- en zaaiuiendemo’s bij Aeres Farms in Dronten. Agrifirm en Bioplant stelden de toepassingen vast, en maakten de protocollen op. Studenten hielpen teeltadviseur Jasper Brinks van Agrifirm bij de waarnemingen. Voor een zaal met 55 studenten, telers, adviseurs en onderzoekers lichtte Brinks op 20 januari de demo’s en resultaten toe.
Zaadvaste wortelrassen
Alle worteldemo’s werden op 2 juni bij ongeveer 20 graden gezaaid, en geoogst na een aantal groeidagen, aangegeven door de zaadleverancier. Ondanks beregening, zorgde een hittegolf rond opkomst voor verbranding en hittestress. Op 1 hectare gescheurd grasland stond de rassendemo niet bemest of behandeld. „Op dat perceel hadden we een zeer matige opkomst en al vroeg veel ziek en zeer in het loof”, vertelde Brinks. „De zaadvaste rassen Deliva en Dolciva hadden hier minder last van. Dit vertaalde zich ook in de opbrengst (zie de afbeelding met de resultaten).”
De goede prestaties van de zaadvaste rassen onderschrijven volgens Brinks het belang van het hutspotproject: „Het organiseren van je eigen afzet maakt betere afspraken mogelijk over bijvoorbeeld uniformiteit. Voor zover ik weet, neemt nu alleen Odin zaadvaste wortelen af. De grote afzetpartijen spelen toch op safe qua bewaarbaarheid en uniformiteit. Zij kijken eerst naar de bekende rassen.” Omdat Brinks op 9 januari tarreerde, valt in deze demo over bewaarheid nog niks te zeggen. Een deel is bij 10 graden weggezet, om te kijken of daar nog iets interessants uitkomt.
Rassenoverzicht wortelen

De prestaties van verschillende wortelrassen bij Aeres Farms in Dronten.
Bodem- en bladtoepassingen
Voor alle bodem- en bladtoepassingen werd het ras DailyanceF1 gebruikt. Ook op deze percelen was het rond opkomst erg heet. Na twaalf jaar grasland was de schade door ritnaalden niet gek, en veel wortels vielen weg door insnoering. Onderzoek wees fusarium en pythium aan als de grote boosdoeners. Daarna sloeg de meeldauw vroeg en hard toe. Onder deze pittige condities bleken toepassingen van de biofungicide (spuitlicentie vereist) Trianum en de biostimulant RootProtect effectief. Beide zijn producten in korrelvorm en werden succesvol verspreid met de granulaatstrooier op de zaaimachine.
De eerste telling op 18 juni liet al flinke verschillen in plantaantal zien. In onbehandeld lag dit rond de 45 à 50 per vierkante meter, met Trianum rond de 55, en met RootProtect rond de 65. In B-peen is rond de 90 ideaal. Bij de derde telling op 18 juli lagen de aantallen in onbehandeld 10 tot 20 procent lager. De netto-opbrengst kwam in onbehandeld uit op 37 ton per hectare. Bij RootProtect scoorde net onder de 60, Trianum net onder de 70. Ook de bladtoepassingen en groene gewasbeschermingsmiddelen hadden resultaat. Bespuitingen op 23 juli en 8, 18 en 29 augustus met de bladmeststof TopTrace Zwavel, de basisstof Carbobasic (natriumbicarbonaat) en Codacide (koolzaadolie) als hulpstof in de tank, zorgden voor een vitaler gewas, veel nieuw loof en een netto-opbrengst van 57 ton per hectare. In onbehandeld was dit 34 ton. Bespuitingen met achtereenvolgens twee keer Serenade en twee keer Kumar volgens hetzelfde schema, hadden een vergelijkbaar resultaat (56 ton per hectare). De biostimulant Herfomyc had vergelijkbaar effect op het loof. De netto-opbrengst hiervan was 43 ton per hectare.
Aardappelen en uien
Brinks toonde in Dronten ook een foto van een kasproef met Hermofyc in aardappelen. Behandeling met deze biostimulant verbeterde de vitaliteit van het gewas zodanig, dat phytophthora hierin vijf dagen later tot uiting kwam. „Op het hoogtepunt groeien aardappelen met 0,8 tot 1,2 ton per hectare per dag. Bij een normale kiloprijs kan dit dus serieus geld opleveren”, aldus Brinks. „Bioplant bepaalt, maar het lijkt mij zeker interessant om komend seizoen ook iets met aardappelen te doen.” Hierbij speelt ook de druk mee om meer te doen tegen phytophthora. Afgelopen seizoen deden al twintig biotelers op proef mee met de Totaal Phytophthora Aanpak van Agrifirm. De bijbehorende app voorspelt ook voor robuuste rassen de infectiekans per perceel. Brinks hoopt dat alle telers dit seizoen weer meedoen, en wellicht nog anderen.
De zaaiuiendemo’s lagen in Dronten op een zeer bont perceel met hoge onkruiddruk, wat een eerlijk beeld bemoeilijkte. Het belangrijkste inzicht was het moment van overbemesting. In bio moet dit vanwege de organische meststoffen ruim voor bolling.
Eind juni was duidelijk te laat
De uienrassendemo in Zeewolde verliep volgens het boekje. Het vroege ras Restora had het minste last van meeldauw, en met bijna 75 ton per hectare de hoogste opbrengst. Hylander haalde ruim 60 ton en was iets later dan Restora en Prospera. Komend jaar moet Agrifirm volgens Brinks helaas stoppen met het al zeker twintig jaar lopende, onafhankelijke rassenonderzoek in uien. Er komen al tien jaar amper nieuwe rassen voor biologisch beschikbaar, waardoor het onderzoek niet meer loont.
Vervolg in wortelen
Binnen het hutspotproject wil Brinks komend jaar zeker door met de wortelrassendemo. Maar dan kleinschaliger, omdat een aantal rassen mogelijk wegvalt vanwege tegenvallende opbrengsten en loofgezondheid. Tegelijkertijd hoopt Brinks op zaad van enkele nieuwe rassen, die nu alleen nog beschikbaar zijn voor Duitse telers. In Dronten kwam uit de zaal ook de vraag om een smaaktest. Het koken en nummeren is volgens Brinks nog best een klus. Eerst volgt nu de evaluatie met Aeres, Bionext en Bioplant. Maar als de financiën het toelaten, is dit zeker interessant.
Dit artikel is eerder gepubliceerd bij en gratis aangeboden door EKOland.
Tekst en foto: José Muller-de Jong