Algemene hittemaatregelen in de stal
Een goed stalklimaat is essentieel tijdens warme dagen. Zet daarom de zomerkleppen open en sluit de winterluchtinlaat af, waarbij leklucht zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Wanneer het mogelijk is, helpt het om inkomende lucht via de schaduwzijde van de stal binnen te halen.
Controleer daarnaast of ventilatoren, luchtkokers, luchtinlaten en luchtwassers schoon zijn en optimaal functioneren. De ventilatie moet tijdens warme dagen zonder belemmeringen op volledige capaciteit kunnen draaien. Controleer daarom ook de ventilatiecurve en kijk of de ventilator daadwerkelijk 100 procent capaciteit haalt.
Probeer extra warmtebelasting in de stal te voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld door direct zonlicht zoveel mogelijk buiten te houden, bijvoorbeeld door lichtplaten te verduisteren met kalk. Voorkom daarnaast werkzaamheden zoals enten of verplaatsen van dieren tijdens het warmste moment van de dag.
Controleer vóór warme periodes ook extra goed de waterkwaliteit en de beschikbaarheid van voldoende drinkwater.
Kraamstal: extra aandacht voor de zeug
In de kraamstal heeft warmte veel invloed op de voeropname van zeugen. Zodra de temperatuur boven de 28°C uitkomt, daalt de opname merkbaar. Daarom is het verstandig om vooral in de koelere ochtend- en avonduren te voeren.
Voldoende wateropname is daarbij cruciaal. Zorg ervoor dat drinknippels minimaal 3 liter water per minuut geven en controleer regelmatig of alle zeugen tijdens de voerbeurten daadwerkelijk opstaan om te eten en drinken. Onderstaande grafiek laat zien dat de temperatuur in de kraamstal effect heeft op de voeropname van zeugen.