Uitleg hoofd- en spoorelementen
Hoofdelementen zijn mineralen waarvan jouw vee dagelijks grotere hoeveelheden (tientallen grammen) nodig heeft. Dit betreft met name calcium, fosfor, magnesium, natrium, kalium, chloor en zwavel. De naam spoorelementen zegt het al: van deze elementen is een zeer kleine hoeveelheid, enkele milligrammen (een duizendste van een gram) of zelfs microgrammen (een miljoenste deel van een gram) al voldoende. Dit betreft voor vleesvee vooral zink, koper, mangaan, selenium, ijzer, cobalt en jodium. Veel van deze spoorelementen zijn ingebouwd in allerlei stoffen die langer in het lichaam aanwezig zijn. Een tijdelijk tekort is daarom hier ook minder erg dan bij een hoofdelement. Pas bij langdurige ernstige tekorten (6 tot 8 weken) treden gebreksverschijnselen op. Ook is een tijdelijk overschot minder ernstig.
Voedermiddelen onderzoeken op mineralen
Bij een juiste rantsoenberekening hoort ook dat de gehalten van elk voedermiddel bekend zijn. Laat daarom al je voedermiddelen ook op mineralen onderzoeken, zodat je adviseur kan rekenen met echte gehalten en niet met gemiddeldes. Een analyse van vooral het ruwvoer - en dan met name snijmaïs - op de mineralen helpt om tekort over overschot te voorkomen.
5 rantsoenen kloppend
Jouw vleesveerantsoen bestaat uit deze 5 stappen: