De eerste 24 uur
De eerste uren zijn bepalend voor de ontwikkeling van kwetsbare koppels. In deze fase wordt de basis gelegd voor een goede voer- en wateropname op latere leeftijd en groei en uniformiteit. In deze uren wil je als vleespluimveehouder gericht bijsturen op basis van controles die je op vaste momenten uitvoert.
De eerste indruk (0-2 uur)
Na de opzet moet de basis in orde zijn. Dit betekent dat de kuikens verdeeld in de stal lopen en niet op elkaar gaan zitten. Als er grote afwijkingen in spreidingen zijn, dan is ingrijpen in stalklimaat of -licht wenselijk.
Activiteiten (2-4 uur)
Doorgaans worden de kuikens na enkele uren actiever. Wanneer de dieren passief blijven, dan moet er iets aangepast worden in klimaat, licht of de bereikbaarheid van voer en water.
Opname van voer en water (6-12 uur)
In deze periode moeten de kuikens zichtbaar eten en drinken. De krop moet goed gevuld zijn. Wanneer dit niet het geval is, lopen de dieren achterstand op en kan hierdoor uitval ontstaan. De kuikens moeten in deze periode bijna volledig verdeeld zitten.
Na de eerste 24 uur moet het koppel goed verspreid zitten, rustig zijn en een normale activiteit hebben. Als er na de eerste dag zaken niet kloppen, dan zie je dit waarschijnlijk terug in duidelijke verschillen tussen de kuikens. Het gedrag van de kuikens moet je als vleeskuikenhouder voldoende informatie verschaffen om actie te ondernemen.
Een goede kuikenopvang legt dus de basis voor de rest van de ronde. Door een goede voorbereiding en in de eerste uren scherp te observeren, data bij te houden en gericht acties te ondernemen, voorkom je afwijkingen en problemen.